De SALV bracht samen met de Minaraad, de SERV en de SARO een kritisch advies uit over het ontwerp van Vlaamse bijdrage tot het nationaal natuurherstelplan in uitvoering van de Natuurherstelverordening. Het is namelijk voor de raden op dit moment onmogelijk na te gaan of het ontwerp van de Vlaamse bijdrage tot nationaal herstelplan ambitieus (gelet op het gebrek aan inzicht in de wetenschappelijke onderbouwing) én haalbaar is (gelet op het ontbreken van een socio-economische impactanalyse, het financiële luik en opties tot alternatieve financiering). Daarom mag dit advies niet als exhaustief advies beschouwd worden en stellen de raden dat dit voorontwerp van Vlaamse bijdrage tot nationaal natuurherstelplan niet mag leiden tot onbedoelde effecten die onherroepelijk zijn.

Met betrekking tot financiering en economisch perspectief vraagt het [eerdere advies](/sites/default/files/documenten/SALV_20241129_Implementatie_natuurherstelwet_ADV.pdf) van de raden uit 2024 reeds om in te zetten op economische kansen, verdienmodellen, particuliere financiering en publiek-private samenwerking om zo na te gaan hoe het herstelbeleid kan leiden tot kansen voor (zoveel mogelijk) ondernemers, waaronder landbouwers en de brede agrovoedingssector. In dat verband moet ook de potentiële impact op de vergunningverlening bestudeerd worden en erover gewaakt worden dat er geen extra juridische complexiteit aan bestaande instrumenten zal worden verbonden. Inzake monitoring vragen de raden om een onafhankelijke en wetenschappelijke borging als belangrijk onderdeel van de implementatie van de natuurherstelverordening.

Verder vragen de raden om koppelkansen met andere beleidsvelden maximaal te benutten, o.a. lulucf, klimaatadaptatie, waterbeleid, ruimtelijk beleid, landbouwbeleid, … Zo moet onder meer rekening gehouden worden met de Vlaamse ruimtelijke context (o.a. streven naar het wegwerken en vermijden van ruimtelijke versnippering). In aanloop naar het volgende GLB vragen de raden onderbouwde evaluaties van de effectiviteit en efficiëntie van bestaande en mogelijk bijkomende interventies met oog op biodiversiteitsdoelstellingen en de versterking van ecosysteemdiensten (o.a. met biologische en agro-ecologische landbouwpraktijken). Daarbij is ook een beoordeling van de uitvoerbaarheid en (financiële) overtuigingskracht nodig op bedrijfsniveau en/of op ruimere schaal en gebiedsgericht, aangezien dit de opnamegraad van interventies door landbouwers rechtstreeks beïnvloedt. Een passend scala aan mogelijke maatregelen moet worden voorzien, zodat er voor alle bedrijfstypes mogelijkheden zijn om een bijdrage te leveren. Daarnaast wensen de raden dat voor maatwerk wordt gezorgd bij het inzetten van publieke landbouwgronden via een gebiedsgerichte aanpak op basis van gebruik en bestemming en mogelijkheden onderzocht worden voor verplaatsbare natuurelementen in agrarisch gebied. De Raden verwijzen in dit verband naar de vele lopende trajecten over alternatieve financiering voor het leveren van ecosysteemdiensten, alsook de conceptuele uitwerking van het ‘agrarisch natuurbeheerplan’ of ‘agrobeheerplan’.

Zoals de Vlaamse bijdrage tot nationaal herstelplan nu voorligt, is het momenteel nog niet breed gedragen. De raden vragen dan ook ontbrekende informatie zo spoedig mogelijk aan te leveren en een degelijk overlegproces met de belanghebbenden op te starten over het (ontwerp) natuurherstelplan zelf, de resultaten uit de plan-MER en de socio-economische impactanalyse. Bijstelling van dit ontwerpplan moet op basis hiervan mogelijk blijven. De raden vragen dat deze boodschap integraal deel zal uitmaken van het ontwerp-natuurherstelplan.



Samenwerking met

[SERV](/categorie/samenwerking/serv)

[Minaraad](/categorie/samenwerking/minaraad)

[SARO](/categorie/samenwerking/saro)